Les Gîtes au fil du Loison

Email:    Info line: +33 615 322 305

De jacht

De jacht en het jachtseizoen

Van 1 oktober tot eind februari loopt bij ons het jachtseizoen.

Het is de tijd dat we in de weekends maar ook in de week de 4x4's aan het ontmoetingslokaal zien vertrekken. Dat we horen schieten en dat we de honden vol enthousiasme horen blaffen.
Wijzelf hadden er eerlijk gezegd vroeger wel vragen bij. Maar sinds dat we weten hoe het werkt en wat de beweegreden, de code en de spirit zijn van een jager, hebben we er een andere kijk op gekregen. Het departement van de Meuse en vooral de Gaume waar wij wonen is een landbouw en bosbouw gebied. Er is plaats te over voor groot wild, het is natuurlijk prachtig om herten op onze wandelingen tegen te komen maar als er een teveel van zou zijn is de natuurlijke balans uit evenwicht en gaat het mis.

Lang geleden toen er hier nog voldoende wolven waren was er een natuurlijk evenwicht, maar nu heeft de mens de taak om dit over te nemen. Zou dat niet gebeuren, dan krijgen we veel meer schade in de landbouw. De everzwijnen, op zoek naar wortels beschadigen, de bosondergrond, veel meer verkeersongevallen met overstekend wild, de dieren zouden te weinig voedsel vinden en sterven een hongerdood in de winter, zoals in de Oostvaardersplassen in Nederland. Voldoende reden dus om aan degelijk wildbeheer te doen.

De jager is in de eerste plaats een natuurliefhebber, hij zal heel selectief jagen, uit respect voor de natuur. De jachtvereniging legt dit ook duidelijk op. Het is op lange termijn denken. Het kan best dat hij vanuit zijn mirador (de houten uitkijkpost) eerst 10 dieren laat passeren voor hij er een schiet. Hij gaat selectief te werk B.v.: stel dat hij uit een roedel herten een volwassen vrouwelijk dier schiet dan heeft hij de kans dat zij het leidinggevend vrouwtje is, met als gevolg volledige ontregeling van de gemeenschap, de dieren verspreiden zich over het jachtgebied of erbuiten, weten niet meer wanneer en waar te eten, te drinken en te slapen. Hij kiest dus een kalf, een jong dier net zoals een wolf zou doen. Ook de jachtvereniging waar hij toe behoort zorgt voor een goed beheer. Zij krijgen een quota opgelegd wat mag gejaagd worden en hoeveel; gaan ze erover dan worden hen boetes opgelegd. De vereniging koopt plastic labels, een opgegeven aantal per soort wild, het label gaat direct na het schot rond de poot van het gedode dier en pas dan mag het verplaatst worden. Dit om controle mogelijk te maken op stropen. Het label geeft aan om wat voor dier het gaat en de dag van de jacht.

Het mooiste schot is de onmiddellijke dood, achter de voorpoot in het hart. Een slecht schot is de schande voor de jager, het dier moet worden achtervolgd, het gebruikt zijn energie op waardoor het vlees taaier zal zijn in het restaurant of op onze keukentafel. Het is namelijk zo dat wild, ongestroopt het best een week, zelfs 2 opgehangen wordt in een koele ruimte. Het vlees zal erdoor malser worden door het chemisch proces van de suikers in het vlees die het zuurgehalte laten dalen. Daarentegen, als het wild achtervolgt moest worden dan heeft het dier soms alle suikers verbruikt en daalt het zuurgehalte niet bij het besterven in de koeling waardoor we taaier vlees op ons bord krijgen. Van het wild eten we alle vegetariërs, de vleeseters zoals vossen en dassen worden traditioneel niet gegeten, omdat het vlees van deze dieren parasieten kunnen bevatten. Maar de vossen en dassen worden wél geschoten, gewoon omdat er te veel zijn. Ook wasberen worden geschoten, voornamelijk omdat het exoten zijn van Noord-Amerika, meegekomen met de opvolgers van Colombus.

De torens en de miradors die we zien op onze wandelingen dienen om wild te spotten en voor de aanzetjacht. Bij deze zal de jager wachten tot er wild voorbijkomt om van boven naar beneden (meteen ook veiliger) te schieten. Daarentegen met de drijfjacht wordt het wild uit het bos gedreven door honden en mannen die luidkeels het wild in een bepaalde richting jagen. Niet zo eenvoudig, want het wild is opgejaagd. Het is onrustig, heeft meer energie verbruikt voor het gedood wordt. De jacht is moeilijker omdat selecteren een stuk lastiger is. Als verschillende jagers schieten en er zijn te veel everzwijnen geschoten kan dit een flinke boete opleveren omdat het quotum overschreden is. Het dier zelf mag niet geconsumeerd worden en is voor het vilbeluik (ophaaldienst voor dode dieren). Milder is de drukjacht, daarbij wordt er in het bos gewandeld en wandelen de dieren voor de mensen het bos uit.

Feit is, Veronique maakt het heerlijk klaar, zowel de ragout van wild als de braadstukken van de hinde. Het is biologisch, mals, en een delicatesse. Ze maakt er ook paté van en als ik die aanvul met een toefke gelei van kweeperen ….
Dankzij onze diepvries eten we bijna het hele jaar door wild, meest hert en everzwijn.